ECLI:NL:RVS:2025:3430
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning met voorschrift voor toekomstige aanpassing steiger binnen primaire waterkering
Het dagelijks bestuur van waterschap Hunze en Aa's verleende Contitank een watervergunning voor het uitbreiden van een steiger en het plaatsen van meerpalen binnen de zonering van de primaire waterkering bij het Zeehavenkanaal te Farmsum. Contitank was het niet eens met voorschrift 5.5, dat toekomstige verwijdering of aanpassing van de werken mogelijk maakt indien versteviging van de waterkering noodzakelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep van Contitank ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat het voorschrift op grond van de Waterwet aan de vergunning kan worden verbonden ter bescherming van de maatschappelijke functie van de primaire waterkering. Het voorschrift is gericht op het voorkomen van extra kosten voor het waterschap bij toekomstige dijkversterkingen.
Contitank stelde dat het voorschrift alleen aan een vergunning voor een nieuw werk op de waterkering kan worden verbonden en dat er geen sprake was van risicoaanvaarding of voorzienbaarheid. Deze bezwaren worden verworpen. De Afdeling stelt vast dat het voorschrift alleen ziet op het nieuwe deel van de steiger en dat Contitank voorafgaand aan de vergunningverlening op de hoogte was van mogelijke toekomstige versterkingswerkzaamheden. Het voorschrift is niet onredelijk bezwarend en houdt rekening met de belangen van Contitank.
De Afdeling concludeert dat het dagelijks bestuur de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt en dat het voorschrift 5.5 niet leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor Contitank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Contitank wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.