ECLI:NL:RVS:2025:3550
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kosten rechtsbijstand ondanks detentie en ontnemingsvordering
Bij besluit van 12 februari 2021 stelde het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vast dat appellant geen recht had op vergoeding van de kosten van zijn toegewezen advocaat en vorderde terugbetaling van € 62.024,00. De toevoeging was ambtshalve verstrekt zonder toetsing van inkomen en vermogen. Na onherroepelijke veroordeling tot 14 jaar gevangenisstraf voerde de raad alsnog controle uit en concludeerde dat appellant boven de inkomens- en vermogensgrens viel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit gedeeltelijk wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen de handhaving van de terugvordering, met het argument dat hij niet over zijn vermogen kan beschikken vanwege detentie en een lopende ontnemingsprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd wat zijn actuele financiële situatie is en dat de raad heeft toegezegd niet tot invordering over te gaan indien geen vermogen blijkt. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens kende de Afdeling appellant een vergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier maanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de kosten van rechtsbijstand blijft gehandhaafd.