ECLI:NL:RVS:2025:3577
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- B.P. Vermeulen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling noodbevel en bestuurlijke verplaatsing demonstranten Extinction Rebellion
Op 18 september 2020 voerde de actiegroep Extinction Rebellion een statische demonstratie uit op de Zuidas in Amsterdam. Ondanks voorschriften om wegen en gebouwen niet te blokkeren, blokkeerden demonstranten een kruising en maakten zich vast aan de straat. De voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland vaardigde daarop een noodbevel uit om de demonstratie te beëindigen en de demonstranten te verplaatsen.
De rechtbank oordeelde dat het noodbevel bevoegd en proportioneel was, maar dat het bestuurlijk verplaatsen van demonstranten in bussen een vrijheidsontnemende maatregel is waarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en stelt dat artikel 175 van Pro de Gemeentewet geen basis biedt voor vrijheidsontneming. De bestuurlijke verplaatsing kwalificeert als vrijheidsontneming en had een specifieke wettelijke grondslag nodig, zoals artikel 176a Gemeentewet.
Verder oordeelt de Afdeling dat de voorzitter terecht mocht besluiten tot het noodbevel vanwege ernstige vrees voor wanordelijkheden en de impact op de calamiteitenroute nabij het VU Medisch Centrum. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen, waarbij de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 aan de appellanten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de voorzitter en het incidenteel hoger beroep van de appellanten ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de voorzitter tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt het noodbevel maar verklaart de bestuurlijke verplaatsing zonder wettelijke grondslag onrechtmatig en wijst schadevergoeding toe wegens overschrijding redelijke termijn.