ECLI:NL:RVS:2023:155
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over Wob-verzoek EPC-berekeningen nieuwbouw Utrecht
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om documenten over bouwaanvragen en energieprestatiecoëfficiënt-berekeningen (EPC) in diverse postcodegebieden. Het college verklaarde het verzoek aanvankelijk niet-ontvankelijk en later buiten behandeling vanwege onvoldoende specificatie.
Na een bezwaar- en beroepsprocedure oordeelde de rechtbank dat het verzoek was gepreciseerd tot postcodegebied 3512 en dat het college het verzoek conform gemaakte afspraken had afgehandeld. Appellant stelde dat het college de afspraken niet nakwam en dat de rechtbank ten onrechte niet terugkwam op die afspraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onzorgvuldig handelde door niet opnieuw overleg te plegen toen bleek dat slechts één dossier via de zoekterm 'nieuwbouw' werd gevonden. De rechtbank had het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk moeten verklaren en het beroep tegen het nieuwe besluit moeten behandelen. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 14 oktober 2021 en beval het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen na overleg met appellant over het aantal dossiers.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Wet open overheid (Woo) is van toepassing op het nieuwe besluit.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen na overleg met appellant, met toekenning van een schadevergoeding van €1.500.