ECLI:NL:RVS:2025:3702
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens in gebruik geven woning zonder huisvestingsvergunning gematigd
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 21 juli 2023 een bestuurlijke boete van €10.000 op aan [wederpartij] vanwege het in gebruik geven van een woning zonder de vereiste huisvestingsvergunning. [Wederpartij] had de woning verhuurd aan twee huurders zonder dat zij beschikten over een vergunning, ondanks herhaalde aanmaningen om deze aan te vragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en matigde de boete met 25% tot €7.500 vanwege verminderde verwijtbaarheid, omdat [wederpartij] inspanningen had verricht om de overtreding te beëindigen, waaronder het voortijdig opzeggen van de huurovereenkomst.
Het college stelde hoger beroep in, stellende dat de verwijtbaarheid niet verminderd was omdat de sleuteloverdracht plaatsvond voordat een vergunning was aangevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat hoewel de verhuurder bekend was met de regelgeving, de beperkte ernst van de overtreding en het aannemelijk maken dat de huurders aan de voorwaarden voor vergunning voldeden, aanleiding gaf tot matiging van de boete.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, met aangepaste motivering, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten. De bestuurlijke boete blijft vastgesteld op €7.500.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.000 wordt bevestigd gematigd tot €7.500 wegens beperkte ernst van de overtreding.