ECLI:NL:RVS:2025:3792
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 22 juni 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 oktober 2024 ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 12 augustus 2025 het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 22 juni 2024 vernietigd. De Afdeling verwijst daarbij naar eerdere overwegingen met betrekking tot het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België, die in een eerdere uitspraak van 23 juli 2025 zijn behandeld.
De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling heeft hiermee het besluit van de staatssecretaris onrechtmatig verklaard en appellant in het gelijk gesteld.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.