ECLI:NL:RVS:2025:383
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling wegens informatieplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 29 april 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag oordeelde op 7 juni 2023 dat de minister niet had voldaan aan de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, wat leidde tot opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat hoewel de informatieplicht niet volledig was nageleefd, de vreemdeling door eerdere mondelinge uitleg en bijstand van een rechtsbijstandverlener voldoende op de hoogte was van zijn rechten. De rechtbank had te veel gewicht toegekend aan het feit dat de vreemdeling pas na 28 dagen beroep instelde.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling blijft in stand; het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.