ECLI:NL:RVS:2025:3869
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Schipper-Spanninga
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake inzage persoonsgegevens en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Bij besluit van 15 juli 2020 verleende het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam inzage in persoonsgegevens aan appellante op grond van artikel 15 AVG Pro. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde later ook gronden aan over de rechtmatigheid van de verwerking van haar persoonsgegevens. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college van 18 mei 2022.
In hoger beroep stelde appellante dat ook de rechtmatigheid van de verwerking in de inzageprocedure beoordeeld moest worden. De Raad van State oordeelde dat de bezwaarprocedure uitsluitend ziet op het inzagebesluit en dat bezwaren over rechtmatigheid van verwerking niet in deze procedure kunnen worden behandeld. De artikelen 21 AVG en 34 UAVG bieden geen grond voor een breder bezwaarrecht in deze context.
Daarnaast verzocht appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad van State stelde vast dat de totale procedure bijna vijf jaar duurde, ruim boven de redelijke termijn van vier jaar. Daarom werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend, verdeeld over het college en de Staat, en werden proceskosten vergoed.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding toegewezen. Het college en de Staat werden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, uitspraak rechtbank bevestigd en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.