ECLI:NL:RVS:2025:3907
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 12 november 2024 is afgewezen. De rechtbank heeft bij uitspraak van 17 juli 2025 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat verzoeker niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen blijft ontvangen gedurende deze periode. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 907,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 augustus 2025. Hiermee wordt de rechtspositie van verzoeker tijdens de procedure gewaarborgd en wordt voorkomen dat hij onherstelbare schade lijdt door voortijdige uitzetting.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de minister moet proceskosten vergoeden.