ECLI:NL:RVS:2025:3976
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke afwijzing inzage politiegegevens vanwege bescherming politieonderzoek
Appellant verzocht om inzage in processen-verbaal over zijn reizen en periodes vanaf 2018, waaronder documenten waarin hij als CTER-subject werd genoemd. De korpschef wees het verzoek gedeeltelijk af vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
De rechtbank vernietigde het besluit van de korpschef maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep tegen de geheime motivering en het ontbreken van een overzicht van geweigerde pv-nummers.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de korpschef terecht het inzageverzoek gedeeltelijk heeft geweigerd op grond van artikel 27 Wpg Pro, omdat verstrekking het politieonderzoek zou schaden. Het belang van bescherming van het onderzoek weegt zwaarder dan het inzagerecht van appellant.
De overige bezwaren over de uitwisseling met de IND en het schrappen van de CTER-registratie vallen buiten de beoordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke afwijzing van het inzageverzoek bevestigd.