ECLI:NL:RVS:2025:4004
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging van last onder dwangsom en invordering geluidsnormen restaurantterras
Het college van burgemeester en wethouders van Vught legde op 10 juni 2022 aan [appellant], exploitant van een restaurant met terras, twee lasten onder dwangsom op vanwege het ontbreken van een omgevingsvergunning voor een tent en geluidshinder door versterkte muziek. Het college besloot later tot invordering van €16.000 aan dwangsommen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het handhavingsbesluit deels gegrond en deels ongegrond, stelde de invordering bij tot €12.000 en bevestigde de last onder dwangsom.
In hoger beroep betoogde [appellant] onder meer dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat toezichthouders eerder geen opmerkingen maakten over de tent, dat er concreet zicht op legalisatie was, dat de geluidsmetingen onbetrouwbaar waren en dat tussentijdse waarschuwingen ontbraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze gronden. Zij oordeelde dat het college niet in strijd met het vertrouwensbeginsel handelde, dat het college terecht geen medewerking aan legalisatie verleende, en dat de geluidsmetingen de overschrijding van normen voldoende aannemelijk maakten.
De Afdeling benadrukte dat het belang van handhaving zwaar weegt en dat het ontbreken van tussentijdse waarschuwingen geen bijzondere omstandigheid vormt om van invordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de dwangsommen en het handhavingsbesluit in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd, waarbij het college €12.000 aan dwangsommen mag invorderen.