ECLI:NL:RVS:2025:4050
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 26 augustus 2022 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. Later wees de minister een verzoek tot bestuurlijke heroverweging af. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit over de ingangsdatum van de verblijfsvergunning en het aanvullend besluit, en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te kennen.
Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is afgerond. De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 26 augustus 2025.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.