ECLI:NL:RVS:2025:4213
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.C.W. Lange
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod aanleg tweede uitweg ten koste van openbare parkeerplaats
Op 14 december 2020 meldde een inwoner bij het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen de wens om een tweede uitweg aan te leggen bij zijn woning in Nuth. Het college besloot op 22 januari 2021 deze uitweg zelf aan te leggen en stuurde een factuur mee. De uitweg werd op 10 en 11 maart 2021 gerealiseerd. Twee omwonenden maakten bezwaar omdat de aanleg ten koste zou gaan van een openbare parkeerplaats, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank Limburg oordeelde op 3 februari 2023 dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en vernietigde het besluit van het college. De rechtbank stelde dat de brief van 22 januari 2021 wel een besluit was en dat het college de aanleg van de tweede uitweg had moeten verbieden omdat deze ten koste ging van een openbare parkeerplaats volgens artikel 2:12, tweede lid, onder d, van de APV Beekdaelen 2021.
In hoger beroep trok het college het verweer over het besluitkarakter en zelfvoorziening in en richtte zich op de uitleg van het begrip 'openbare parkeerplaats'. De Raad van State oordeelde dat de uitleg van de rechtbank juist is: het ontbreken van een definitie in de APV betekent dat feitelijke parkeerruimte langs de weg als openbare parkeerplaats geldt, ongeacht belijning of maatvoering. De aanleg van de tweede uitweg heeft een deel van deze ruimte doen vervallen, waardoor het college verplicht was de aanleg te verbieden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het verbod op aanleg van de tweede uitweg wordt bevestigd.