ECLI:NL:RVS:2025:4302
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 25 februari 2025 niet in behandeling genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 7 augustus 2025 ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder is beantwoord in een andere uitspraak.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en sluit het geschil af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarmee de eerdere afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.