ECLI:NL:RVS:2025:4360
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.J.W.P. van Gastel
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Betrokkene, met de Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'arbeid als zelfstandige'. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af, verwijzend naar eerdere afwijzingen die in rechte vaststaan. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en dat betrokkene niet had mogen worden gehoord.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat onder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden verstaan feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet eerder konden worden aangevoerd. De minister had terecht geoordeeld dat het ondernemingsplan geen nieuwe relevante gegevens bevatte en dat de stukken grotendeels eerder waren overgelegd of geen nieuwe feiten vormden.
Verder oordeelde de Afdeling dat de minister de hoorplicht niet had geschonden, omdat het redelijk was om van horen af te zien gezien de motivering en eerdere communicatie. De grieven van de minister slaagden, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard, het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.