ECLI:NL:RVS:2025:4499
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrond hoger beroep minister tegen proceskostenveroordeling wegens uitreiking maatregel bewaring
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene op 19 november 2024 in bewaring. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 6 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde maar de minister veroordeelde tot vergoeding van proceskosten wegens een vermeend gebrek in de onmiddellijke uitreiking van de maatregel.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een gebrek constateerde in de uitreiking. De maatregel was rechtsgeldig ondertekend en onmiddellijk daarna aan betrokkene uitgereikt, ondanks dat de minister eerst naar een andere verdieping moest om de maatregel te printen.
De Afdeling vernietigt het deel van het vonnis waarin de minister werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding en verklaart het hoger beroep gegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De overige onderdelen van het vonnis blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de proceskostenveroordeling wegens vermeend gebrek in de uitreiking van de maatregel wordt vernietigd.