ECLI:NL:RVS:2025:4774
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens overdracht aan Kroatië
Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelt dat de minister met een zorgvuldig medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) voldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van overdracht op de gezondheid van betrokkene.
De Raad volgt betrokkene niet in zijn stelling dat de minister rekening moet houden met de psychische gevolgen van het vooruitzicht van overdracht. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond, maar verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.