ECLI:NL:RVS:2025:4855
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet toewijzen proceskostenveroordeling in bewaringstelling
Appellant werd door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld bij besluit van 23 juli 2025. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep gegrond is omdat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling heeft uitgesproken tegen de minister, ondanks dat de minister geen geldige machtiging tot binnentreden kon overleggen. Dit gebrek had aanleiding moeten zijn voor een proceskostenveroordeling.
De Raad vernietigt het deel van het vonnis waarin de rechtbank de minister niet veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten, bevestigt het overige oordeel van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, ter hoogte van € 3.174,50.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 3.174,50.