ECLI:NL:RVS:2025:4960
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst gezin bewaker Afghan Security Guard naar Nederland
Appellant, een voormalige bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht, verzocht op 18 juli 2022 om overkomst van hem en zijn gezin naar Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat appellant niet viel onder de speciale voorziening die alleen hulpverzoeken tot uiterlijk 11 oktober 2021 omvat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Hoewel appellant inmiddels zelf in Nederland verblijft en asiel heeft aangevraagd, blijft het belang van zijn gezin, dat nog in Afghanistan verblijft, relevant voor het hoger beroep.
Appellanten voerden aan dat de speciale voorziening niet gepubliceerd was en dat de afbakening tot 11 oktober 2021 in strijd is met diverse rechtsbeginselen. De Raad van State oordeelt dat de minister terecht een duidelijke en eindige afbakening hanteert en dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is, waardoor geen schending van fundamentele rechten is aan te nemen.
Verder is het betoog dat het verzoek te laat is ingediend niet onredelijk, ook niet gezien de omstandigheden van appellant. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot overkomst wordt afgewezen.