Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
nietvalt onder de groepen in de motie Belhaj. Hiertoe heeft de minister gesteld dat deze motie heeft geleid tot de speciale voorziening in de brief van 11 oktober 2021 waaronder eiser niet valt, en daarmee is volgens de minister deze motie uitgewerkt en niet meer op eiser van toepassing. De rechtbank volgt echter het standpunt van eiser dat hij wel degelijk onder de motie Belhaj valt. In deze motie worden immers uitdrukkelijk bewakers genoemd als categorie medewerkers waarop de motie betrekking heeft. Deze motie ziet niet alleen op een eventuele evacuatie van personen behorend tot de in de motie vermelde groepen, maar heeft ook betrekking op de behandeling van hun asielaanvragen. Of eiser in aanmerking had gekomen of moeten komen voor evacuatie kan in het midden blijven, nu de onderhavige procedure niet ziet op een evacuatie, maar op de vraag of Nederland de asielaanvraag van eiser, die zich inmiddels hier te lande bevindt, moet beoordelen. Voor zover de minister heeft verwezen naar rechtspraak over de getroffen speciale voorziening in de brief van 11 oktober 2021, vindt de rechtbank die in deze zaak daarom ook niet relevant. Ook de verwijzing in het bestreden besluit naar Informatiebericht (IB) 2022/71– waarin is opgenomen dat een asielaanvraag ingediend door een Afghaanse vreemdeling niet zal leiden tot inwilliging als sprake is van een afwijzing op grond van de Dublinverordening – vormt geen goede motivering. In het IB 2022/71 is immers niet ingegaan op Afghaanse vreemdelingen die onder de motie Belhaj vallen. Hoewel de aangenomen motie Belhaj geen publieke rechtshandeling betreft en er op zichzelf als zodanig geen aanspraken aan kunnen worden ontleend, maakt deze motie naar het oordeel van de rechtbank wel dat goed moet worden uitgelegd waarom een asielaanvraag van een persoon behorend tot één van de in de motie vermelde groepen die Nederland hebben ondersteund in Afghanistan, niet in behandeling wordt genomen als de Dublinverordening van toepassing is. Dit te meer nu de regering heeft toegezegd de motie naar letter én geest te zullen uitvoeren. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 30 april 2025;
- bepaalt dat de minister een nieuw besluit neemt op de asielaanvraag van eiser met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.