ECLI:NL:RVS:2025:5019
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid bewaring wegens niet tijdige wijziging grondslag na voorlopige voorziening
Betrokkene, met de Nigeriaanse nationaliteit, werd op 19 juni 2023 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf 29 juni 2023, omdat de minister de grondslag van de bewaring niet had gewijzigd na een toegewezen voorlopige voorziening.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat betrokkene niet als 'aanvrager' in de zin van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kon worden aangemerkt, omdat hij geen procedure over een verblijfsaanspraak had gestart. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat betrokkene als belanghebbende in afwachting van een besluit over ambtshalve toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000 onder de reikwijdte van artikel 8 viel Pro, waardoor hij procedureel rechtmatig verblijf genoot.
Daarom kon de minister betrokkene vanaf 29 juni 2023 niet langer in bewaring houden op grond van artikel 59 Vw Pro 2000. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van betrokkene was onrechtmatig vanaf 29 juni 2023; het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard.