ECLI:NL:RVS:2025:5046
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluiten van 5 maart 2025 en 10 juni 2025.
De rechtbank Den Haag heeft op 13 oktober 2025 het beroep van verzoeker gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Verzoeker heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Raad van State.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 21 oktober 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie, waarbij het belang van verzoeker om niet uitgezet te worden tijdens de procedure zwaarder weegt dan het belang van de minister om de uitzetting door te zetten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster in aanwezigheid van griffier M.C.S. Heinen en is uitgesproken in het openbaar.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.