ECLI:NL:RVS:2025:508
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering machtiging tot voorlopig verblijf na vernietiging besluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 december 2021 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure bleef het besluit ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en bepaalde dat de minister binnen twee weken de mvv moest verlenen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van beide partijen werd het verzoek van de minister toegewezen en werd bepaald dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2025 door voorzieningenrechter A. Kuijer.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.