ECLI:NL:RVS:2025:6
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opschorting uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf
Bij besluit van 8 december 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag op 11 december 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht om binnen twee weken de mvv te verlenen.
De minister van Asiel en Migratie stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter besloot bij wijze van ordemaatregel de werking van de uitspraak van de rechtbank op te schorten zolang het hoger beroep nog niet is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de noodzakelijke stukken voor het hoger beroep nog niet waren ontvangen en dat de belangenafweging dit rechtvaardigde. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer op 2 januari 2025.
Uitkomst: De uitvoering van de uitspraak van de rechtbank wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslist.