ECLI:NL:RVS:2025:5083
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek correctie persoonsgegevens en schadevergoeding belastinggeschil
De zaak betreft een geschil tussen appellant en de minister van Financiën over de verwerking van een betaling van appellant op zijn belastingschuld. Appellant stelde dat hij teveel had betaald en verzocht op grond van de AVG om correctie van de gegevens bij de Belastingdienst. De minister wees dit verzoek af omdat het niet strookt met de doelstellingen van de AVG en het ging om een juridische interpretatie van een overeenkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het bedrag geen persoonsgegeven is dat eenvoudig en objectief kan worden vastgesteld en dat het verzoek om correctie niet bedoeld is voor inhoudelijke fiscale interpretaties. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat titel 8.4 Awb niet van toepassing is bij ongegrond verklaard beroep.
In hoger beroep betoogde appellant dat de minister niet alle relevante stukken had overgelegd, dat het bedrag wel degelijk een persoonsgegeven is en dat het besluit op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling oordeelde dat de gevraagde stukken niet op de zaak betrekking hebben, het begrip persoonsgegeven ruim is maar correctie op grond van artikel 16 AVG Pro alleen mogelijk is bij eenvoudig vaststelbare onjuistheden, en dat het besluit voldoende is gemotiveerd.
Verder is vastgesteld dat appellant alleen civielrechtelijk schadevergoeding kan vorderen omdat het bestuursrechtelijke verzoek niet gegrond werd verklaard. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.