ECLI:NL:RVS:2025:5140
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit en aanpassing beslistermijn mvv-aanvraag
Appellant en referent hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen voor 1 april 2026 alsnog een besluit te nemen.
In hoger beroep klaagt appellant terecht dat de rechtbank ten onrechte een beslistermijn van 90 dagen hanteerde, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvragen inhoudelijk in behandeling neemt volgens het 'first in, first out'-principe. De Afdeling oordeelt dat deze termijn strijdig is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en de Gezinsherenigingsrichtlijn, en vernietigt daarom dat deel van het vonnis.
De Afdeling vervangt de termijn door een flexibele beslistermijn die varieert van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Daarnaast wijst de Afdeling het verzoek van appellant om een voorlopige voorziening af vanwege de onomkeerbare gevolgen daarvan. Tot slot veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de opgelegde beslistermijn en stelt een nieuwe termijn vast, wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt de minister tot proceskostenvergoeding.