ECLI:NL:RVS:2025:517
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuurlijke boetes wegens omzetten woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 12 juli 2022 bestuurlijke boetes op aan appellant voor het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimtes. Appellant diende bezwaarschriften in, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij te laat waren ingediend. De bezwaarperiode liep af op 23 augustus 2022, terwijl de bezwaren pas op 24 augustus 2022 werden ontvangen.
Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan de vakantieperiode, maar het college en de rechtbank oordeelden dat vakantie geen verschoonbare reden is voor het overschrijden van de bezwaartermijn. Het hoger beroep bevestigt deze lijn en verwijst naar jurisprudentie waarin vakantie niet als bijzondere omstandigheid wordt aangemerkt die termijnoverschrijding rechtvaardigt.
De Raad van State concludeert dat de rechtbank gemotiveerd heeft geoordeeld en dat de gronden van appellant in hoger beroep geen nieuwe inzichten bieden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren bevestigd.