ECLI:NL:CRVB:2025:1120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen boete zorgverzekering wegens te late indiening
Het CAK legde appellant een boete op wegens het niet tijdig afsluiten van een Nederlandse zorgverzekering. Appellant maakte bezwaar, maar dit was te laat ingediend zonder geldige reden. Het CAK verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit besluit. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het bezwaar tijdig was en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn verblijf in het buitenland en het niet tijdig beslissen door het CAK.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het boetebesluit van het CAK een definitief besluit was en dat de invorderingsbrief van het CJIB geen onderdeel uitmaakt van het besluit. De termijn voor bezwaar was daardoor overschreden. De aangevoerde omstandigheden, zoals het verblijf in het buitenland en het niet-aangetekend verzenden van de brief, maken de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Ook het niet tijdig beslissen door het CAK op het bezwaar leidt niet tot een andere beoordeling van de ontvankelijkheid.
Verder werd geoordeeld dat het CAK terecht geen hoorzitting hield omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs op 17 juli 2025.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de boete wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder geldige reden.