ECLI:NL:RVS:2025:5184
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging meldplicht wegens terroristische dreiging en beoordeling geheimhouding
De minister van Justitie en Veiligheid legde op 19 februari 2021 aan appellant een meldplicht op van zes maanden, omdat appellant onherroepelijk veroordeeld is voor terroristische misdrijven en een acute dreiging vormt voor de nationale veiligheid. De meldplicht houdt in dat appellant zich tweemaal per week moet melden bij de politie in Den Haag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de minister zich terecht baseerde op een bestuurlijke rapportage die inzichtelijk en concludent was. De rechtbank vond de meldplicht noodzakelijk en evenwichtig, en geen schending van de artikelen 9 en 10 EVRM.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de geheimhoudingsbeslissingen onvoldoende waren gemotiveerd en dat hij zich niet effectief kon verdedigen vanwege gebrek aan inzicht in de onderliggende stukken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de toepassing van artikel 8:29 Awb Pro met waarborgen is omkleed en het recht op een eerlijk proces niet in zijn essentie wordt beperkt. De meldplicht en de onderliggende rapportages zijn betrouwbaar en de Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de meldplicht en verklaart het hoger beroep ongegrond.