ECLI:NL:RVS:2025:5226
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 november 2023 is afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat op 24 maart 2025 door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 29 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank zonder nadere motivering.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke rechtsvragen zijn beantwoord, met name over het mvv-vereiste als zelfstandige grond voor afwijzing van een verblijfsvergunningaanvraag. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.