Uitspraak
Datum uitspraak: 12 februari 2025
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Verzoeker heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 20 april 2022, waarin zijn hoger beroep tegen een eerdere uitspraak over de afwijzing van zijn planschadevergoeding ongegrond werd verklaard. Hij stelde dat staatsraad Daalder niet onpartijdig was vanwege diens betrokkenheid bij een integriteitsonderzoek en een dossier van zijn familieleden, en dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld bij de uitruil van ligplaatsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld dat de betrokkenheid van staatsraad Daalder en de stelling over onrechtmatig handelen van de gemeente reeds tijdens eerdere zittingen aan de orde zijn gekomen. Hierdoor voldoen deze feiten niet aan de cumulatieve criteria van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, die vereisen dat nieuwe feiten of omstandigheden vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Verder benadrukt de Afdeling dat het verzoek om herziening niet bedoeld is om het debat te heropenen of eerdere gronden opnieuw aan te voeren. Het verzoek is daarom afgewezen en de gemeente hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die aan de wettelijke criteria voldoen.