ECLI:NL:RVS:2025:5312
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking onderzoeksgegevens moord Arubaanse journalist
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen besluiten van de minister van Justitie en Veiligheid waarin openbaarmaking van documenten over het onderzoek naar de moord op de Arubaanse journalist John A. ‘Poentje’ Castro gedeeltelijk werd geweigerd. De minister had in eerste instantie meerdere documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt en een deel geweigerd. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen over de openbaarmaking van PIN- en IMEI-nummers.
In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de weigering van openbaarmaking van onderzoeksgegevens van het Nederlands Forensisch Instituut. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de minister terecht de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wob heeft toegepast omdat openbaarmaking de opsporing en vervolging van strafbare feiten kan belemmeren. Het beroep op artikel 10 EVRM Pro faalt omdat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een andere afweging rechtvaardigen.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en de beroepsprocedures is overschreden. De Afdeling wijst daarom een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe aan appellant wegens deze termijnoverschrijding. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering tot openbaarmaking van onderzoeksdocumenten en wijst een schadevergoeding van € 1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.