ECLI:NL:RVS:2019:1637
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten COR op grond van Wob en strafrechtelijke belangen
Bij besluit van 8 augustus 2016 weigerde de korpschef een Wob-verzoek van appellant om documenten over declaraties van de Centrale Ondernemingsraad (COR) van de Landelijke Politie openbaar te maken. De korpschef beriep zich op lopend strafrechtelijk onderzoek en artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wob.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de weigering terecht was vanwege het belang van het strafrechtelijk onderzoek en de mogelijke belemmering daarvan door openbaarmaking. Appellant stelde in hoger beroep dat slechts een deel van de stukken tot het strafdossier behoort en dat het weigeren van de overige stukken onterecht is.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de betreffende documenten nog niet tot het strafdossier behoren, maar dat er een reële kans bestaat dat zij daartoe worden toegevoegd. Openbaarmaking zou de opsporing en vervolging kunnen belemmeren doordat betrokkenen onderzoekshandelingen kunnen anticiperen.
De Afdeling oordeelde dat de korpschef terecht de openbaarmaking heeft geweigerd en dat het belang van opsporing zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Ook het betoog dat de proceskosten vergoed moeten worden faalde. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de korpschef om de gevraagde documenten openbaar te maken vanwege het belang van het strafrechtelijk onderzoek.