ECLI:NL:RVS:2025:5317
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onschuldpresumptie en motiveringsgebrek bij weigering verklaring van betrouwbaarheid alarminstallateur
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring van betrouwbaarheid om als alarminstallateur te werken, welke door de korpschef van politie is geweigerd op basis van een sepotbeslissing in een strafzaak wegens verduistering. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit vanwege strijd met de onschuldpresumptie en onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep betoogt appellant dat de weigering onrechtmatig is vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel en de onschuldpresumptie, alsmede vanwege onvoldoende motivering over de terugkijktermijn en het ontbreken van een evenredigheidstoets. De Afdeling constateert dat de rechtbank ten onrechte het beroep heeft beoordeeld op een grondslag die niet aan het besluit ten grondslag lag en vernietigt de uitspraak.
De Afdeling bevestigt dat het betrekken van een sepotbeslissing bij de beoordeling van betrouwbaarheid niet in strijd is met de onschuldpresumptie, maar oordeelt dat de korpschef in zijn besluit een oordeel over schuld heeft gegeven, wat onrechtmatig is. Tevens is het besluit onvoldoende gemotiveerd omtrent de terugkijktermijn en het ontbreken van een evenredigheidstoets. De korpschef wordt opgedragen het besluit binnen twaalf weken te herzien en nader te motiveren.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en draagt de korpschef op het besluit te herzien met een nadere motivering over de evenredigheid en terugkijktermijn.