ECLI:NL:RVS:2021:2280
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- F.C.M.A. Michiels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming werkzaamheden particulier recherchebureau wegens vuurwapenvondst
De korpschef van politie trok op 23 augustus 2019 de toestemming van appellant in om werkzaamheden te verrichten bij een particulier recherchebureau nadat tijdens een inbraakonderzoek in een door appellant gehuurde kantoorruimte een vuurwapen werd aangetroffen. Appellant voerde aan dat hij het wapen had gevonden en het wilde melden, maar daartoe niet in staat was vanwege medische klachten. De rechtbank oordeelde dat de korpschef zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat appellant onvoldoende betrouwbaar was en dat de intrekking daarom gerechtvaardigd was.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij onvoldoende betrouwbaar was, dat de onschuldpresumptie was geschonden en dat het vertrouwensbeginsel ten onrechte was verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de korpschef ruime beoordelingsruimte heeft bij het intrekken van toestemming, zeker gezien de hogere eisen aan medewerkers in de particuliere recherchebranche.
De Afdeling bevestigde dat appellant niet tijdig het vuurwapen bij de politie had gemeld en dat dit een ernstige aantasting van de betrouwbaarheid vormt. Ook werd geoordeeld dat de onschuldpresumptie niet was geschonden omdat slechts een serieuze verdenking bestond en geen oordeel over schuld was gegeven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen waren gedaan dat de toestemming niet zou worden ingetrokken. De intrekking werd niet als onevenredig beoordeeld, ondanks de persoonlijke gevolgen voor appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor werkzaamheden bij het particulier recherchebureau wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid na vondst van een vuurwapen.