ECLI:NL:RVS:2025:5331
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.J.W.P. van Gastel
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving en weigering omgevingsvergunning bouwuitbreiding in Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde een last onder dwangsom op aan appellant wegens het bouwen van een woongebouw dat afweek van de verleende omgevingsvergunning uit 2014. Het pand was dieper gebouwd dan toegestaan en in strijd met het bestemmingsplan "Oranjebuurt-Noorderplantsoenbuurt". Appellant droeg het pand over aan Stichting Brick One, die het bezwaar voortzette. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar behandelde het beroep van Stichting Brick One inhoudelijk en oordeelde dat het college de omgevingsvergunning terecht had geweigerd en handhaving niet onevenredig was.
In hoger beroep stelde de Afdeling dat appellant wel procesbelang heeft bij het beroep tegen zowel de last onder dwangsom als de geweigerde omgevingsvergunning, mede vanwege mogelijke gevolgen voor toekomstige vergunningaanvragen en Bibob-onderzoek. De Afdeling bevestigde dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college de omgevingsvergunning redelijkerwijs mocht weigeren. Handhaving werd niet als onevenredig beoordeeld, ondanks de financiële gevolgen en het feit dat het pand al zeven jaar stond.
Het beroep tegen de invordering van de dwangsom door Stichting Brick One werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom tot invordering werd overgegaan en dat appellant geen belanghebbende was bij dit besluit. Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Stichting Brick One en appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, de weigering van de omgevingsvergunning en handhaving worden bevestigd, en het beroep tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.