ECLI:NL:RVS:2025:5618
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- D.A. Verburg
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete voor overtredingen Wet arbeid vreemdelingen door werkgever
De minister legde appellant een boete van €42.750 op wegens overtredingen van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank matigde de boete tot €35.000, maar appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant niet is gewezen op het recht op bijstand door een raadsman voorafgaand aan het verhoor, maar dat dit niet leidde tot een oneerlijk proces. De Afdeling bevestigt dat de minister aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat appellant met grove schuld heeft gehandeld bij betrokkenen 1 en 2, normale verwijtbaarheid geldt voor betrokkenen 5 en 6 en verminderde verwijtbaarheid voor betrokkenen 3 en 4.
De Afdeling vernietigt het besluit voor zover het gaat om de boete voor betrokkenen 5 en 6 en voor overtredingen van artikel 15 bij Pro betrokkenen 1 en 2. De boete wordt vastgesteld op €28.750,00. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het besluit.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €28.750,00 met gedeeltelijke vernietiging en matiging van eerdere boetebesluiten.