ECLI:NL:RVS:2025:5668
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 16 september 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 7 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Tevens is verwezen naar een eerdere uitspraak van de Afdeling waarin een vergelijkbare rechtsvraag is beantwoord.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 25 november 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.