ECLI:NL:RVS:2025:5735
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over naleving veiligheidsmaatregelen opslagtanks Shell
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelde in 2018 eisen aan Shell met betrekking tot de naleving van veiligheidsvoorschriften voor opslagtanks, gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet en het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. Shell stelde beroep in tegen deze besluiten, waarna de rechtbank Rotterdam in 2021 de besluiten deels vernietigde en de minister opdroeg opnieuw te beslissen over bepaalde tanks.
Shell ging in hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak, met name over de zogenaamde Buncefieldtanks en tanks voor opslag van klasse 3 onverwarmd en klasse 4 verwarmd brandbare vloeistoffen. De minister trok in januari 2025 de eisen in met terugwerkende kracht, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Shell ontvankelijk was in haar hoger beroep vanwege het belang van een inhoudelijk oordeel voor toekomstige eisen.
De Afdeling vernietigde het deel van de rechtbankuitspraak dat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand liet voor de Buncefieldtanks en de andere tanks, en bepaalde dat de minister niet opnieuw op de bezwaren hoeft te beslissen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van de vernietigde besluiten op bezwaar.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de rechtbankuitspraak dat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand liet en bepaalt dat de minister niet opnieuw hoeft te beslissen vanwege intrekking van de eisen.