ECLI:NL:RVS:2025:5882
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring in vreemdelingenrecht gegrond verklaard en uitspraak rechtbank vernietigd
Betrokkene diende op 8 augustus 2023 een eerste asielaanvraag in Nederland in, vertrok daarna met onbekende bestemming en vroeg op 8 februari 2024 asiel aan in Zwitserland. De minister stelde de asielaanvraag buiten behandeling en nam een terugkeerbesluit. Na overdracht vanuit Zwitserland werd betrokkene op 7 oktober 2024 in bewaring gesteld wegens meerdere zware en lichte gronden uit het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een feitelijke vaststelling van een zware grond niet volstaat voor individuele motivering en dat de minister de c-grond terecht had gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond maar het beroep alsnog ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft de bewaring van betrokkene gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard, waardoor de bewaring van betrokkene gehandhaafd blijft.