ECLI:NL:RVS:2025:6342
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij afwijzing ligplaatsvergunning woonboten
Appellanten hebben ligplaatsvergunningen voor woonboten aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam zijn afgewezen omdat geen omgevingsvergunning was verleend of aangevraagd. Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank en het college de aanvragen terecht afgewezen. De rechtbank wees ook verzoeken om dwangsom en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college niet inhoudelijk mag toetsen of andere vergunningen, zoals de omgevingsvergunning, al dan niet verleend moeten worden. De Afdeling stelt vast dat de beslistermijn onredelijk is overschreden en kent appellanten een schadevergoeding toe van €1.000 per persoon voor de eerste aanleg en een aanvullende vergoeding van €500 per persoon voor het hoger beroep.
De Afdeling vernietigt het deel van het vonnis van de rechtbank dat de schadevergoeding afwees en bevestigt de overige onderdelen. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan appellanten toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en de rechten van aanvragers bij overschrijding van redelijke termijnen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en appellanten krijgen een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.