ECLI:NL:RVS:2025:6386
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en vergunningverlening berging met overkapping in Rotterdam
Appellante heeft op 6 juli 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een grijze berging met overkapping op 0,3 meter afstand van de erfgrens. Na negatief welstandsadvies wijzigde zij haar aanvraag naar een afstand van 0,5 meter en een donkergroene kleur. Het college weigerde aanvankelijk de vergunning, maar verleende deze later na bezwaar voor de gewijzigde aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij geen belang meer had bij de oorspronkelijke aanvraag en het college terecht uitging van de gewijzigde aanvraag. Appellante stelde in hoger beroep dat het college onterecht niet op haar oorspronkelijke aanvraag had beslist en dat de wijzigingen niet van ondergeschikte aard waren.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om op de gewijzigde aanvraag te beslissen, omdat de wijzigingen niet ingrijpend waren en appellante zelf van de mogelijkheid tot wijziging gebruik had gemaakt zonder aantoonbare druk. De afstand van 0,3 m tot de erfgrens was strijdig met het bestemmingsplan, waardoor het college terecht uitging van de gewijzigde aanvraag.
Verder wees de Afdeling de bezwaren over de kleur en de welstandstoetsing af, omdat de vergunning was verleend conform de gewijzigde aanvraag. Tot slot werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim elf maanden, waarbij het college en de Staat ieder voor de helft werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding van in totaal € 1.000,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening voor de berging met overkapping wordt bevestigd, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.