ECLI:NL:RVS:2025:822
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- N. Verheij
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken risicogroepstatus
De vreemdeling, van Libische nationaliteit en behorend tot de Tobu-stam, vroeg asiel aan maar zijn aanvraag werd op 9 april 2021 afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling tot de risicogroep van Gaddafi-loyalisten behoort, die volgens beleid alleen geldt voor personen die direct voorafgaand aan vertrek in een door de voormalige GNA gecontroleerd gebied woonden. De vreemdeling woonde in Murzuq, een gebied buiten de GNA-controle, en de minister achtte het risico op vervolging daarom onvoldoende aannemelijk.
De Raad van State oordeelde dat de minister zijn beleid deugdelijk heeft gemotiveerd aan de hand van ambtsberichten, waarin het risico vooral bestaat in GNA-gecontroleerde gebieden. Ook het betoog dat de vreemdeling vanwege zijn stamachtergrond, huidskleur en langdurig verblijf in het buitenland een gegronde vrees zou hebben, werd verworpen op basis van eerdere jurisprudentie.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.