ECLI:NL:RVS:2026:1170
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene op 2 augustus 2025 in bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000, met meerdere zware en lichte gronden uit het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en kende schadevergoeding toe vanwege onrechtmatigheid van de bewaring.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een feitelijke vaststelling van een zware grond onvoldoende is voor motivering van de bewaring. De minister had de gronden voldoende toegelicht en toegespitst op de concrete situatie van betrokkene, die onder meer niet beschikte over identificatiedocumenten en niet voldeed aan een vertrekplicht.
De Afdeling stelde vast dat de minister de maatregel van bewaring twee dagen te laat had omgezet na intrekking van de asielaanvraag door betrokkene, waardoor de bewaring vanaf 8 augustus 2025 onrechtmatig was. Daarom kende de Afdeling een schadevergoeding toe over de periode van 8 tot en met 12 augustus 2025. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring van betrokkene wordt geacht onrechtmatig vanaf 8 augustus 2025 en betrokkene krijgt een schadevergoeding toegekend.