ECLI:NL:RVS:2026:119
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugkeerbesluit minderjarige asielzoeker wegens onvoldoende onderzoek opvang
Betrokkene, een Syrische minderjarige die in Nederland asiel aanvroeg, kreeg zijn aanvraag buiten behandeling gesteld en een terugkeerbesluit opgelegd. De rechtbank vernietigde het terugkeerbesluit omdat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de beschikbaarheid van adequate opvang in Syrië, wat volgens het arrest TQ vereist is voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
De minister stelde in hoger beroep dat zij niet verplicht was nader onderzoek te doen als betrokkene meerderjarig werd voordat het onderzoek was afgerond, en dat betrokkene het onderzoek had gefrustreerd door niet te verschijnen bij een nader gehoor. De Afdeling oordeelde echter dat de minister wel degelijk een onderzoeksplicht heeft, ook bij buitenbehandelingstelling, en dat het niet verschijnen van betrokkene slechts een factor is die de minister moet motiveren in haar onderzoeksmogelijkheden.
De minister had niet deugdelijk gemotiveerd dat zij voortvarend onderzoek had gedaan tijdens de minderjarigheid van betrokkene. Zij had onvoldoende aangetoond dat andere onderzoeksmogelijkheden waren benut, ondanks de door betrokkene aangedragen aanknopingspunten. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De uitspraak benadrukt de strikte onderzoeksplicht van de minister bij terugkeerbesluiten voor minderjarige asielzoekers en de noodzaak van een zorgvuldige motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar adequate opvang.