ECLI:NL:RVS:2026:1321
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wijziging WLTP-CO2-uitstoot in kentekenregister door RDW
Appellante verzocht de RDW om wijziging van de in het kentekenregister geregistreerde WLTP-CO2-uitstoot van haar ingevoerd voertuig, omdat zij meent dat de geregistreerde waarde van 177 gr/km te hoog is en in werkelijkheid 158 gr/km bedraagt. De RDW wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en het van rechtswege ontstane beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de RDW op grond van Europese regelgeving een informatieverzoek had moeten doen bij de Poolse of Duitse autoriteiten om de exacte WLTP-waarde vast te stellen. Dit werd verworpen omdat de RDW terecht de Europese typegoedkeuring op het Poolse kentekenbewijs heeft overgenomen, waarbij het ontbreken van de CO2-waarde op dat bewijs niet tot twijfel mocht leiden.
Verder stelde appellante dat de interne werkwijze van de RDW, waarbij de hoogste waarde uit de CO2-range wordt gekozen, in strijd is met artikel 110 VWEU Pro en dat zij met referentievoertuigen had aangetoond dat de lagere waarde juist is. De Afdeling oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de lagere waarde van toepassing is, mede omdat de referentievoertuigen op relevante punten verschillen. De Afdeling constateerde wel een motiveringsgebrek in het besluit van 20 november 2023, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe en passeerde dit gebrek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.