ECLI:NL:RVS:2026:1413
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- G.O. van Veldhuizen
- J.A.W. Huijben
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplannen De Ruiting en Nieuw Koolwijk in gemeente Boxtel
De raad van de gemeente Boxtel stelde op 20 december 2022 de bestemmingsplannen "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" en "Nieuw Koolwijk" vast, gericht op transformatie van agrarische gebieden naar woon-, natuur- en recreatiegebieden. Appellanten, waaronder omwonenden en een vereniging, stelden beroep in tegen deze besluiten vanwege vermeende schendingen van procedures, strijd met gemeentelijk beleid en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad de plannen terecht afzonderlijk behandelde, dat de belangen van appellanten voldoende zijn betrokken en dat de plannen in overeenstemming zijn met het geldende recht en beleid. De raad heeft gemotiveerd dat de woningbouwlocaties aanvaardbaar zijn, dat landschappelijke waarden en waterhuishouding adequaat zijn gewaarborgd, en dat archeologische belangen niet leiden tot vernietiging van de besluiten.
Verder werd geoordeeld dat de toevoeging van een burgerwoning naast een bedrijfswoning conform de IOV is en dat de raad terecht rekening hield met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De vereniging kon geen gegronde bezwaren aanvoeren tegen de ruimtelijke ordening en de planregels. De Afdeling wees de beroepen ongegrond, kende een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de vaststelling van de bestemmingsplannen worden ongegrond verklaard; schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.