ECLI:NL:RVS:2019:245
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.C. Kranenburg
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding overlast AWACS-vliegtuigen
Bij besluit van 15 maart 2013 wees de staatssecretaris een verzoek van appellanten om schadevergoeding wegens overlast van AWACS-vliegtuigen af. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank Limburg in 2017 dat het besluit van 21 juli 2016 vernietigd moest worden en dat een nieuw besluit genomen moest worden. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
De minister stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, appellanten stelden incidenteel hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister geen taak of bevoegdheid heeft om toestemming te verlenen voor AWACS-vliegtuigen en dat de minister niet verantwoordelijk is voor de overlast. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Verder oordeelde de Afdeling dat de redelijke termijn van de procedure met elf maanden was overschreden en kende aan iedere appellant een schadevergoeding van €250 toe wegens immateriële schade door deze overschrijding. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het incidenteel hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen het besluit van 21 juli 2016 wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een beperkte vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.