ECLI:NL:RVS:2026:1548
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging waarschuwing preventieve stillegging wegens onvoldoende motivering economische gevolgen
Appellante kreeg een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen door een vreemdeling zonder vergunning arbeid te laten verrichten. De rechtbank matigde de boete en bevestigde het werkgeverschap van appellante. Appellante stelde dat de waarschuwing preventieve stillegging onterecht was opgelegd en betoogde onder meer schending van het evenredigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante terecht als werkgever was aangemerkt op grond van het ruime werkgeversbegrip in de Wav. De minister had de waarschuwing terecht opgelegd vanwege herhaalde overtredingen en onvoldoende adequate maatregelen van appellante om persoonsverwisselingen te voorkomen.
De Afdeling stelde vast dat de minister weliswaar de aard en omvang van de overtreding en maatschappelijke gevolgen voldoende had gemotiveerd, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet afzag van de waarschuwing vanwege de economische gevolgen voor derden. De motivering over de omvang en duur van een eventuele stillegging was ontoereikend.
Daarom vernietigde de Afdeling het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking hadden op de waarschuwing preventieve stillegging en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De boete en overige besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De waarschuwing preventieve stillegging wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de economische gevolgen, de boete en overige besluiten blijven in stand.