ECLI:NL:RVS:2024:2583
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor illegale tewerkstelling van vreemdelingen door uitzendbureau
Een uitzendbureau kreeg een boete van €56.000 wegens het illegaal tewerkstellen van zeven Braziliaanse vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning. Na bezwaar en beroep werd de boete door de rechtbank verlaagd naar €42.000. Het uitzendbureau stelde in hoger beroep dat het niet als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kon worden aangemerkt en dat de boete te hoog was.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het werkgeversbegrip in de Wav ruim is en dat het uitzendbureau als feitelijk werkgever kan worden beschouwd omdat het de vreemdelingen arbeid heeft laten verrichten, ongeacht het ontbreken van een formele arbeidsovereenkomst. Argumenten over mondelinge afspraken, controlepogingen en persoonlijke omstandigheden van de bestuurder konden dit niet veranderen.
Verder werd geoordeeld dat de boete terecht niet werd verlaagd omdat het uitzendbureau onvoldoende maatregelen had genomen om overtredingen te voorkomen en de illegale tewerkstelling voortduurde ondanks kennis van de situatie. Ook het verzoek om een gesprek met de minister deed niet af aan de rechtmatigheid van de boete.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De boete van €42.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.